FC Brabantia
Wij promoten het toerfietsen in de ruimste zin van het woord.
 

GEDRAGSREGELREGLEMENT.

 

ALGEMEEN, NORMEN , WAARDEN EN WETGEVING. 

1.      Vragen van officiële instanties zoals banken, gemeente en pers delegeren      
         naar de voorzitter.  

2.     Draag een identificatie bij je.  

3.      Respecteer natuur en milieu.  

4.      Laat geen rommel achter, maar gooi het in een afvalbak of in de achterzak
         van je shirt.  

5.      Fiets nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen.  

6.      Volg bij de eigen toertochten van FC Brabantia de aanwijzingen van de
         toertochtleider op.  

7.      Blijf bij ongeluk of pech als groep één geheel, wacht op elkaar en help elkaar
         waar mogelijk.  

8.      Blijf te allen tijde correct in woord en gebaar naar medeweggebruikers, ook bij
         conflictsituaties.  

9.      Ga op een waardige manier om met het dragen van de Brabantia clubkleding
         en het uitdragen van de namen van onze sponsoren.  

10.    Blijf te allen tijde correct in woord en gebaar onderling naar elkaar. 

AANDACHTSPUNTEN BIJ HET RIJDEN IN EEN GROEP.

1.    Men dient zich aan de verkeersregels te houden.  

2.     Handen aan het stuur en bij de remmen.  

3.     Goed anticiperen en veranderingen langzaam doorvoeren.  

4.     Altijd voor je kijken, geconcentreerd  rijden.  

5.     Afstand houden via elleboog, schouder of handje.  

6.     Rechts rijden, indien mogelijk gebruik maken van het fietspad.  

7.     De rechte lijn houden bij omkijken, bijvoorbeeld door de hand op de  

        schouder van je buurman te leggen.  

8.     Blinde bochten ”doorkijken”, anticiperen op mogelijk tegemoet  

        komend verkeer.  

9.     Ritsen, indien nodig.

10.   Slim omgaan met krachtsverschil, tempo aanpassen.

11.    Manoeuvreerruimte houden zodat je niet klem komt te zitten. 

 

TEKENS  IN  DE  GROEP .

1.      Stoppen:

  • Voorrijder steekt linkerarm omhoog en roept ”STOP”
  • Groep geeft roep door naar achter.


2.      Weg  vrij:

  • Voorrijder steekt linkerarm omhoog, wuift naar voren en roept ”VRIJ”
  • Groep geeft roep door naar achter.


3.      Recht door:

  • Voorrijder roept ”RECHTDOOR”
  • Groep geeft roep door naar achter.


4.      Afslaan:

  • Voorrijder steekt arm uit naar links of naar rechts en roept ”LINKS” of 
          ”RECHTS”
  • Groep geeft roep door naar achter, achterrijder steekt ook arm uit.


5.      Obstakels Rechts / Inhalen:

  • Voorrijder roept ”VOOR”.
  • Groep geeft roep door naar achter.


6.      Obstakels Links / Tegenliggers:

  • Voorrijder roept  ”Tegen”.
  • Groep geeft roep door naar achter.


7.      Obstakels in het wegdek:

  • Voorrijder roept naam obstakel en wijst ernaar.
  • Groep geeft roep door naar achter.


8.      Achter elkaar rijden:

  • Voorrijder / Achterrijder  roept ”RITSEN”.
  • Groep geeft roep door en geeft ruimte om in te voegen.


9.      Ingehaald worden:

  • Achterrijder roept ”ACHTER”.
  • Groep geeft roep door naar voren.


10.   Problemen:

  • Betrokkene roept ”LEK”.
  • Het probleem wordt doorgegeven in de groep.                
  • Er wordt rustig rechts van de weg gestopt.